Onderhoud tuin

Het valt de tuincommissie en het bestuur op dat niet iedereen zich houdt aan het huishoudelijk reglement wat betreft het aanzien en onderhoud van de tuin. Volgens artikel 6 van het bondsreglement is verplicht het lid zich de hem/haar ter beschikking gestelde volkstuin, bouwsels en beplantingen te onderhouden en in goede staat te houden.

De leden hebben daarbij de volgende regels in acht te nemen:
7-a Houtige gewassen zoals struiken moeten op minstens 0,75 m afstand van de tuingrens (waaronder ook begrepen een sloot) geplant worden en bomen op 2,00 m. Bestaande bomen en struiken vallen niet onder deze regel.

7-b Het is verboden zonder toestemming bomen die op 1.30 meter hoogte een doorsnede van meer dan 10 cm hebben, te rooien, kappen, knotten of kandelaberen (gemeentelijke verordening). Toestemming dient schriftelijk bij het bestuur aangevraagd te worden. Het bestuur verzamelt eenmaal per jaar op een bekend gemaakt tijdstip de kapaanvragen en handelt dit verder met de gemeente af. De verdere procedure wordt langs de gebruikelijke kanalen bekend gemaakt.

7-c Een boom die gevaar voor zijn omgeving oplevert, dient op aanschrijving van het bestuur binnen een gestelde termijn en op kosten van de huurder gekapt te worden. De huurder van de tuin waarin de boom staat dient de door het bestuur aan te geven procedure te volgen.

7-d Mest-, compost- en tuinafvalhopen dienen uit het zicht van buren en voorbijgangers opgezet te worden.

7-e De grens met aangrenzende tuinen mag alleen met een gladde gespannen draad gemarkeerd worden.

7-f Takken die over een aangrenzende tuin hangen dienen op aanzegging van de huurder van de aangrenzende tuin verwijderd te worden.

7-g Het bestuur kan de huurder van een tuin verplichten maatregelen te nemen tegen woekerende planten, waardoor deze zich niet in de naburige tuinen kunnen verspreiden.

7-h Bepaalde soorten bomen mag men niet hoger dan 5 m laten groeien. Het gaat om de door de ALV vastgestelde soorten: 1. Canadese populier (Populis Canadensis met al zijn cultivars, waaronder Robusta. 2.Italiaanse populier (populus nigra var.Italicum) 3. Alle wilgensoorten (Salix spec.).

7-i Waar een tuin aan een sloot grenst, dient het lid te zorgen voor een goede beschoeiing. De beschoeiing mag niet verduurzaamd worden met impregneermiddelen. De beschoeiing moet voldoen aan de richtlijnen van Waterbeheer en Tuincommissie.

7-j Waar een tuin aan een sloot grenst, dient het lid minimaal eenmaal per jaar (in de herfst) ervoor te zorgen dat de sloot op de juiste diepte gebaggerd wordt. Tot welke diepte gebaggerd moet worden en binnen welke termijn, wordt jaarlijks door het bestuur kenbaar gemaakt.

7-k Waar een tuin aan een sloot grenst, dient een schouwpad van 50 cm vrij gehouden te worden van beplanting.

7-l Bij de ingang van de tuin moet duidelijk zichtbaar het nummer van de tuin zijn aangebracht.

7-m Takkenwallen mogen tot de tuinafscheiding worden geplaatst. Plaatsing langs het gemeenschappelijke pad is niet toegestaan. De hoogte mag niet hoger zijn dan 60 cm en de breedte maximaal 50 cm. En in overleg met buren en aan één zijde.