Snoeien

Snoeien is altijd goed wanneer er beschadige of dode takken zijn, of takken die langs elkaar schuren. Daarnaast is het, als je wilt gaan snoeien, belangrijk je af te vragen waarom: wil je groei stimuleren, wil je een bepaalde vorm maken of behouden, wil je veel vruchten, of wil je de boom of struik juist in groei afremmen? Een belangrijke eye-opener daarbij is het verschil tussen snoeien in het voorjaar en in het najaar. In het najaar is de plant in rust, dus als je dan snoeit rem je de groei af. Bij snoei in het voorjaar, als de plant vol nieuwe energie zit, stimuleer je juist de vorming van nieuwe takken/scheuten - snoeien doet dan groeien. Ook een interessant weetje: in plaats van het snoeien van de plant zelf kan je groei ook afremmen door de wortels door te steken, rondom de plant. Dit is ook verstandig als je een struik wilt verplaatsen - maar dan moet er wel een flink aantal maanden zitten tussen de wortelsnoei en het verplanten. Je kunt bv in de zomer de wortels doorsteken en dan het volgende voorjaar de boom of plant op een andere plek zetten. Doe dit niet later dan eind maart.

INLEIDING : HET WAAROM VAN HET SNOEIEN

DE NATUUR SNOEIT ZICHZELF: ‘Snoei’ vindt plaats als natuurlijk proces door harde wind, zoute zeewind, bliksem, vorst en gebrek aan licht (bos).

SNOEIEN = het wegnemen van een stuk van de plant om deze er toe te brengen te groeien, bloeien en vrucht te dragen op de wijze die je wenst, rekening houdend met de natuurlijke eigenschappen en mogelijkheden van de plant

Je kunt weinig of veel snoeien: een uitgebloeide bloem of dikke boomtak weghalen

5 K’s : KENNIS - KIJKEN - KIEZEN - KNIPPEN - KOMPOST

WAAROM SNOEIEN:

  • ziek / dood / beschadigd hout verwijderen
  • veiligheid en gezondheid
  • om de gewenste vorm krijgen : praktisch, mooi, oogst
  • om groei en bloei te stimuleren of juist te remmen

 

VOORKOM SCHADE door afknellende bindsels en boombanden of kruisende takken. Dit maakt het gewas zwakker en belemmert de sapstroom vlak achter de bast.

PADDENSTOELEN zijn opruimers van dood hout. Laat ze staan en hun werk doen.

START MET DE JUISTE PLANT OP DE JUISTE PLAATS!
Als je teveel moet snoeien staat de verkeerde plant op de verkeerde plaats. Kijk naar de habitus = volwassen vorm van de plant: zo wil de plant uiteindelijk worden! Bedenk ook welke FUNCTIE een gewas heeft. Een grove laurierkers is niet geschikt als kleinere haag, buxus wel. Houd hagen liefst jong en smal.

SNOEI MEE MET DE SEIZOENEN
Snoei in het voorjaar geeft enorme groei. Daarom snoei je scheutbloeiers (roos, vlinderstruik) in de lente. Snoei na de langste dag geeft weinig hergroei, daarom snoei je fruitbomen in het najaar.

Snoei bij (fruit)bomen maximaal 1/3e deel per jaar uit de kroon om teveel aan hergroei en waterlot te voorkomen. Zo blijft de boom onder en boven in evenwicht. Eventueel kun je wortelsnoei toepassen: met een spade wortels aan de oppervlakte doorsteken.

Snoei dikke takken in gedeeltes ivm je eigen veiligheid en om uitscheuren te voorkomen. De ‘takkensnor’ hoort bij de stam, dus snoei de tak niet te diep weg.

Maak gladde snoeiwonden, afwaterend, boven een knop die de gewenste groeirichting op gaat. Waar je snoeit bepaalt de nieuwe groeirichting, want de grootste groeikracht zit in de top van de plant. De plant dicht zijn snoeiwonden zelf. Wondpasta is overbodig.

FRUITSNOEI
Fruit dat draagt op het oude hout (appel, peer, pruim, aalbes, kruisbes, kers): (verticaal) groei-hout inkorten om (horizontaal) bloeihout (= kortlot of spore) te bevorderen - snoei na de langste dag en voor nieuwjaar.
Veel oude sporen = sporen dunnen. Fruit heeft ruimte nodig om gezond te worden!

Fruit dat draagt op jong hout (zwarte bes, framboos, braam, wijnbes): snoei na de oogst de (vertakte) takken weg die vrucht gedragen hebben, zodat nieuwe takken ruimte krijgen.

Als nodig vruchtdunning toepassen. Snoei de pruim bij droog weer in augustus ivm loodglans. Snoei uitlopers van een wilde onderstam bij roos of kronkelhazelaar of worteluitlopers van sering en fluweelboom, of waterlot in een fruitboom alleen na de langste dag om hergroei te voorkomen.

Leibomen, druif en blauwe regen geven veel snoeiwerk. Bezint eer ge begint.

BLOEDENDE SOORTEN :
alleen snoeien na de langste dag en voor oud & nieuw:

Acer = esdoorn Betulus = berk Vitis = druif

Actinidia = kiwi Aesculus = paardenkastanje Carpinus = haagbeuk
Juglans = walnoot

SIERHEESTERS:
Scheutbloeiers mag je kortsnoeien tussen half maart t/m april =

rozen - Hydrangea Annabel - buddleja - halfheesters en kruiden,

pluimhortensia - potentilla – hertshooi Lentebloeiers snoei je na de bloei =

forsythia, kerria, prunus triloba, sering, (winter)jasmijn

VASTE PLANTEN BORDER: dode stengels en siergrassen pas kortknippen in de lente omdat ze een mooi winterbeeld geven en bescherming bieden aan lieveheersbeestjes etc.

GEREEDSCHAP: Kies gereedschap dat past bij de zwaarte van het werk. Zorg dat je gereedschap schoon, scherp en zichtbaar is (oranje of rood). NB er is ook linkshandig gereedschap! Veiligheid voorop!

RECYCLE: verwerk snoeihout in de tuin als takkenwal, vlechtwerk, snipperpad, beestjeshotel, hekje, speelstronk, takken als afgrenzing van border of vijver, rijshout of haardhout, etc.